zondag 1 november 2009

Hoop doet leven: Eschatologie als motief voor beter burgerschap

0 comments

Dit artikel verscheen in het afgelopen oktobernummer van Het Zoeklicht (www.zoeklicht.nl)

Wat is onze hoop als we denken aan de toekomst? In het evangelicalisme, dat sterk gekleurd is door dispensationalisme, ligt er vanouds een sterke nadruk op de eschatologie oftewel 'de leer over de laatste dingen'. Men is hierbij sterk gefocust op de 'tekenen der tijden,' verwacht de 'opname van de gemeente' en waarschuwt voor de komende 'Grote Verdrukking'. Kortom, het heden wordt bezien in het licht van de toekomst. Ook Het Zoeklicht levert hier sinds jaar en dag zijn bijdrage aan. Mijn kritische vraag is de volgende: Is door de grote nadruk op 'de tekenen der tijden' en 'de opname van de gemeente' het heden niet in de schaduw van de toekomst komen te staan. Of beter gezegd, staat eschatologie alleen in dienst van de toekomst of heeft het ook iets te zeggen voor het leven in deze wereld?

Graag wil ik middels een korte verkenning van de christelijke apologeten van de tweede eeuw bezien welke rol de eschatologische verwachting had in hun leven. Vervolgens wil ik hun bijdrage gebruiken als bewustwording voor ons hier in het heden. Wat kunnen wij leren van hen die ons zijn voorgegaan?

..Maar worden vervolgd

Christenen in de tweede eeuw leefden midden in een samenleving die gekenmerkt werd door slavernij, gladiatorenspelen, polytheïsme, keizerverering, overspel en tempelprostitutie. Juist in deze tijd werd het christelijk geloof beschouwd als een nieuwkomer. Tussen de beelden van allerlei goden en de optochten ter ere van keizers leefden die eerste christenen als een minderheid. Men schat het aantal christenen bij de overgang van de eerste naar de tweede eeuw op nog geen 10.000 en aan het eind van de tweede eeuw op ongeveer 200.000. De onbekendheid met de christenen leidden tot vele geruchten en verdachtmakingen. Zo werden christenen beschuldigd van diverse strafbare praktijken. Zo werden zij verdacht van atheïsme. Christenen weigerden mee te doen aan de keizerverering en ook beelden van goden ontbraken in hun huizen. Ook werden zij verdacht van incest, waarschijnlijk omdat zij als mannen en vrouwen, waaronder ook kinderen, samen kwamen en elkaar aanspraken als 'broeder' en 'zuster'. Een derde beschuldiging is kannibalisme. De gezamenlijke maaltijd van christenen waarbij doormiddel van brood en wijn het lijden en sterven van Christus werd gevierd werd door de toenmalige mens niet begrepen en verstaan als kannibalisme.

De onbekendheid en de geruchten over christenen leidden zo nu en dan tot vervolgingen en moordpartijen. In die zin was de 'eindtijd' geen toekomstmuziek, maar de praktijk van alledag. In een brief aan een zekere Diognetus maakt de briefschrijver een trieste analyse:

"Ze gehoorzamen de vastgestelde wetten, maar in hun eigen leven overtreffen ze die wetten. Ze houden van allen, maar worden door allen vervolgd. Ze zijn onbekend, maar ze worden vermoord" (Ad Diognetum, 6).

Het opmerkelijke is het feit dat de nadruk ligt op de positieve houding van de christenen! Ondanks de moeilijke omstandigheden en de tegenstand die zij ervoeren, zetten zij in de wereld hun beste beentje voor. Hoe kan dat? Ik denk dat we hierop een antwoord kunnen geven als we kijken naar de manier waarop christelijke apologeten zich verweerden tegen de onjuiste verdachtmakingen en de onrechtvaardige manier waarop christenen behandeld werden. Hierin beriepen zij zich op de hoogstaande moraal van Christus als norm voor het leven van elke christen.

Christelijke apologeten

In hun verweer tegen het onrecht en de valse beschuldigingen speelde de eschatologische verwachting een belangrijke rol. Een van de christelijke apologeten is Justinus de Martelaar. Hij richt zich hier niet op de ´de opname van de gemeente´ als toekomstige hoop voor de christenen, maar op het toekomende oordeel van God! Het is het oordeel van God waarop christenen zijn hoop vestigen, als verwachting van een totale rechtzetting van de ongerechtigheid en zonde van de wereld.

Een voorbeeld. Justinus roept zijn geadresseerde, niemand minder dan keizer Marcus Aurelius, op rechtvaardig te oordelen over christenen en hen niet omwille van hun 'christen-zijn' te laten arresteren en ter dood brengen. Doet Marcus Aurelius dat niet, dan zal hij zichzelf eens moeten verantwoorden voor God:

"Want als, de waarheid geleerd hebbende, u faalt te doen wat rechtvaardig is, zult u geen verweer hebben voor God" (Apol. I, 3).

Justinus vertrouwt op Gods uiteindelijke oordeel over de onrechtvaardigheid, omdat ieder mens zal geoordeeld worden overeenkomstig zijn gedragingen (zie Apol. I, 12). Athenagoras, een ander apologeet, noemt God zelfs de Getuige aan wie iedere mens verantwoording schuldig is (zie Presbeia peri Christianon, 31-35) en voor wie:

"zelfs de gedachte aan de kleinste zonde niet kan bestaan' (Presbeia, 31).

De verwachting van het uiteindelijke oordeel van God werkte twee kanten op. Enerzijds gaf het hen hoop op de toekomst, maar tegelijk wierp het hen terug naar de aarde. Namelijk het bewustzijn dat God het gedrag van elke mens zal oordelen, maakte hen bewust van de waarde van het leven op aarde! Immers het is het aardse wat geoordeeld gaat worden. God acht het leven op aarde van het grootste belang. Daarom dat Athenagoras tot de volgende conclusie komt:

"Om deze redenen is het niet waarschijnlijk dat wij het kwade zouden willen doen, of onszelf aan de grote Rechter zouden willen overleveren om gestraft te worden" (Presbeia, 31).

Juist omdát we weten dat er één God (de Rechter) gesteld is over de mensen, zijn we verantwoording schuldig van ons gedrag en weerhouden we ons van het kwaad (Presbeia, 12, 1). Het uiteindelijke oordeel van God geeft waarde aan het heden. Justinus merkt zelfs op dat christenen tot taak hebben de mensheid 'voor te gaan' in goede daden (Apol. I, 16). Sterker nog, door hun goede levensstijl roept God mensen tot berouw (Apol. I, 40).

De positieve houding van christenen in de tweede eeuw was een direct gevolg van de wetenschap dat God getuige is van hun leven in de wereld. Eschatologische verwachting was hun motivatie tot beter burgerschap in het heden.

Komend oordeel als motief voor beter burgerschap

We zweven als christenen soms zoveel met ons hoofd in de hemel en de toekomst dat we de noodzaak van ons geloof voor het heden in deze wereld verwaarlozen. Maar eschatologie zou juist moeten aansporen om in het heden 'niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God' (Mich. 6:8). De nadruk op de ethiek in de vroege kerk moet worden verbonden aan hun sterke notie van het komend oordeel van God. In de wetenschap dat Hij aan het eind staat, leefden zij in het heden. Hun bewustzijn van de urgentie van een heilig leven in verbinding met de eschatologische komst van Christus is een voorbeeld voor ons. Laten wij als christenen in Nederland, net als in de tweede eeuw, ons best doen bekend te staan als de beste burgers. Laten wij niet langer opgaan in de toekomst en het leven van nu verwaarlozen. Maar juist in heden staan wetend dat dit leven geleefd wordt onder het komende oordeel. Eschatologie is niet slechts een afwachten van de 'tekenen der tijden' of de 'opname van de gemeente,' maar het is een actief verwachten door een hoogstaande moraal en goed gedrag te midden van de wereld. Hoop doet leven!

Jan Martijn Abrahamse studeerde theologie in Leuven en Amsterdam en volgt nu de Research Master in Reformed Theology aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

maandag 5 oktober 2009

Afl. 2 "...und also auch gezweifelt werden"

0 comments
Woorden van Karl Barth die mij zeer aan het denken zetten (zie Einführung in die evangelische Theologie, p. 97). Niet lang geleden kwam het boek van Boele Ytsma uit waarin hij vertelt over zijn grote vertwijfeling tov het christelijk geloof.
Twijfel heeft een slecht imago in de kerk en de christelijke gelovigen. Hoe orthodoxer, hoe slechter men om kan gaan met twijfel omtrent de waarheid van het geloof en de theologie die voorgestaan wordt. Natuurlijk uitgezonderd de twijfel aan het eigen behoud in de ultra-gereformeerde kringen. Daaraan moet getwijfeld worden. Echter de fides qua blijft vrij van deze vertwijfeling.
Barth spreekt van twee vormen van twijfel. Ten eerste de algemene twijfel aan deze kant van de geschiedenis. De twijfel die ieder mens heeft ten aanzien van de zoektocht naar de waarheid (Wahrheitsfrage), een zoektocht die nooit voltooid zal worden binnen de grenzen van de tijd. Een zoektocht zoals we die lezen in Paulus' bekende 1 Kor. 13. Het is een twijfel die opgesloten ligt in de mensheid. Die slechts een bekentenis is van zijn beperktheid en onvermogen; zijn zondigheid (p. 97).
Barths tweede vorm van twijfel vindt plaats tijdens het 'bedrijven van theologie'. Hier is hij voorzichtig. Hij stelt ons voor kritisch te zijn naar de twijfel die wij hebben wanneer we nadenken over de door God geopenbaarde zaken en het getuigenis van de Geest. Betreft de twijfel een 'heen en weer geslingerd worden' (Schweben und Schwanken) of is het een loutere ontkenning van deze geloofswaarheden (p. 98-99)?
Barth sluit zijn hoofdstuk af met de volgende woorden:
"Er soll auch nicht leugnen, daß sein Zweifel in dieser zweiten Form ein schlechthin übler Geselle ist, der nicht in der guten Schöpfung Gottes, sondern im Nichtigen seinen Ursprung hat: dort, wo sich nicht nur Füchse und Hasen, sondern die verschiedensten Dämonen Gute Nacht sagen. Es gibt wohl eine Rechtfertigung des Zweiflers. Es gibt aber - das möchte ich P. Tillich zugeflüstert haben - keine Rechtfertigung des Zweifels. Man sollte sich also wegen seines Zweifels nicht etwa für besonders wahrhaftig, tiefsinnig, fein und vornehm halten. Man sollte weder mit seinem Unglauben noch mit seinem Zweifel kokettieren. Man soll sich seiner nur von Herzen schämen" (p.104).
Twijfel is niet te voorkomen, zolang het maar geen cover up wordt om ongeloof te bedekken. Bedenk dat Barth zijn boek met name richt op theologen. Mensen die hij een zware verantwoording toedicht te midden van de kerk. Het mooie is dat hij de menselijke zwakte niet ontkent of verzwijgt, maar juist benoemt. Twijfel bestaat, maar zij is geen doel op zich. Kortom, wij leven met twijfel, maar niet voor twijfel.

zaterdag 26 september 2009

Irritatie aan de media

0 comments
De laatste tijd stoor ik mij mateloos aan de media. Klinkt behoorlijk clichématig, maar toch. Zeker sinds gisteren. Iedere minister werd geinterviewd, zowel op het Binnenhof als in Pittsburgh bij de G20 over Uruzgan. Met als enige doel, zo komt het op mij over, om onenigheid binnen het kabinet te zoeken en bij gebrek te veroorzaken. Neem nou Pauw en Witteman va 25 september. Daar werd minister Koenders ik geloof 4x hetzelfde gevraagd! Wat diezelfde middag een keer of 8 door minister Rouvoet was medegedeeld tijdens de wekelijkse persconferentie. Heel duidelijk gaven de verschillende bewindslieden aan dat er na augustus 2010 geen verlenging van deze (met grote nadruk) missie met deze (opnieuw met nadruk) omvang zal zijn. Eventuele missies en aanwezigheid van militairen in Afganistan of waar dan ook zou tzt worden gewogen wanneer er een vraag zou liggen. Heel duidelijk. Echter de media door de mond van diverse journalisten namen hier geen genoegen mee en gingen zitten vissen door op grond van woordgebruik (elders/ergens) een verschil van mening te ontdekken. Je zou dit verwachten van roddelpers, misschien GeenStijl, maar niet van serieuze media. Dat gevis naar sensatie! Waarom? Sensatie verkoopt, sensatie lijkt het enige bestanddeel te zijn voor goede televisie. Politiek nieuws is pas interessant bij ene slechtfunctionerend kabinet, schuinmacherende politici, ruziende politici of lekkende politici etc. " Zo niet, dan toch," lijkt het devies van journalisten tegenwoordig. Het moet voor hen vreselijk zijn, wanneer Wilders even niets zegt of doet, Brinkman even niet gezopen heeft, geen politici een boek hebben geschreven...
Het irriteert mij mateloos.

vrijdag 18 september 2009

changing lanes

2 comments
Ik ben vorige week van gedachten veranderd en heb mij ingeschreven voor de Research Master in Reformed Theology aan de VU. De studie en het onderzoek trekken me en het gevormd worden binnen een specialisme. Tegelijk is het belangrijk ook contact met de praktijk te houden. Dit blijft een uitdaging. Voor nu moet ik de laatste zaken veranderen aan mijn Ma-thesis en de volgende wacht al weer....het houdt niet op.

donderdag 3 september 2009

Recensie Mechteld Jansen

0 comments
Wie zijn wij dan? Over erkenning en verbondenheid tussen mensen die alles, bijna niets, een beetje of heel veel geloven, Mechteld Jansen, Boekencentrum Zoetermeer 2008, 128 blz., € 14,90

Toen ik dit boekje ontving en de titel las, dacht ik: dit beloofd wat! Een boekje gewijd aan de verbinding tussen mensen in een samenleving waar iedereen op zoek is naar eigenheid. Hoewel zij het niet als zodanig bestempeld, zag ik hierin een poging te komen tot een nieuwe katholiciteit in de 21ste eeuw.
Afgelopen augustus 2008 werd dr. Mechteld Jansen aangesteld als bijzonder hoogleraar missiologie aan de Protestantse Theologische Universiteit in Utrecht. In dit boek of boekje doet zij een oproep tot ‘veelbeelding’. Een neologisme waarmee zij verbinding (‘een wij’) hoopt te bereiken tussen mensen die, zoals de ondertitel zegt, “alles, bijna niets, een beetje of heel veel geloven”. Jansen pleit ervoor dat mensen zich in hun godsbeelden laten aanvullen, corrigeren en interrumperen door anderen. Hierbij zijn erkenning van elkaar en de vertaling naar elkaar van doorslaggevend belang.
Het boekje is heel grof opgedeeld in drie delen. In het eerste deel (p. 13-56) gaat zij op zoek naar haar gesprekspartners oftewel de groepen met wie zij verbinding zoekt. Interessant is haar bespreking van de zogenaamde categorievervuilers, die mensen die niet echt in een ‘groep’ te plaatsen zijn. Hier bespreekt zij ‘vrome atheïsten’ (o.a. Klaas Hendrikse), mensen die enerzijds binnen de muren van de gelovigen opereren, en anderzijds ideeën aanhangen die met name daarbuiten voorkomen. Zij spreekt haar sympathie voor hen uit en pleit voor verbinding en dialoog met deze groep. Voor Jansen is de verbinding tussen mensen noodzakelijk. Het mag echter niet verward worden met eenheidsstreven. Veeleer moet de nadruk liggen op de veelheid.
In het tweede deel (p. 57-87) bespreekt zij de verhouding tussen de verbinding met anderen en de persoonlijk identiteit. Hierin bespreekt zij de gevolgen van ‘religieus zijn’ voor de eigen identiteit en de verhouding naar anderen. Zij komt tot een typering van de verbinding als ‘actieve pluraliteit’. Een pluraliteit die zich niet neerlegt bij neutraliteit, maar steeds opnieuw de balans opmaakt. Zich steeds zich laat aanvullen, corrigeren en interrumperen door anderen. Dit is niet voorbehouden tot christenen onderling, maar moet ook betrekking hebben op de verschillende godsdiensten onder elkaar. De basis ligt bij de erkenning van de ‘ander’, namelijk dat een ieder vanuit zijn eigenheid iets bij te dragen heeft. Ze zegt: ‘Ik vorm een ‘wij’ met al die mensen bij wie ik ook die wil tot samenleven herken en erken en die mijn wil tot samenleven erkennen’ (p. 87).
In het derde deel komt ze tot een voorstel voor de uitwisseling tussen mensen wat betreft hun godsbeelden (p. 88-140). Zij veronderstelt dat er meerduidig over God gesproken kan worden. Niemand kan claimen God te vatten in zijn of haar spreken over God. Jansen wijst in het spreken over God op de functie van metaforen die de mensen met elkaar verbindt. ‘Veelbeelding’ is juist de uitwisseling en vertaling van deze metaforen, waarbij de kracht ligt in de diversiteit.
Hoewel Jansen in haar boekje in gesprek gaat met diverse hedendaagse auteurs is haar bijdrage, theologisch gezien, wat mij betreft miniem. Haar neologisme buiten beschouwing gelaten, brengt zij niets nieuws wat de nouvelle theologié ons al niet heeft gebracht met mensen als J.H. Möhler, Yves Congar e.a. Waar de waarheid reeds werd benaderd als meerduidig en verbinding werd bereikt door opeenstapeling van deelwaarheden. Verder is het boekje ook zeer ongestructureerd geschreven. Afgezien van de driedeling viel het mij zwaar het betoog van de auteur te volgen. Af en toe kreeg ik zelfs de indruk mee te lezen in haar persoonlijke dagboek. Wat dat betreft kan men positief zeggen dat Mechteld Jansen een persoonlijk boekje heeft geschreven.

maandag 31 augustus 2009

Klaar voor de start...

0 comments
Zo..terug van weg geweest. Gisteren om 10 uur 's ochtends geland op Schiphol. De hele nacht doorgetrokken (1 uur 's nachts van Jeruzalem naar Tel Aviv gereden, auto inleveren 3, vervolgens inchecken, lang wachten en om 6 uur weggevlogen). Vandaag lesgeven op de Wittenberg...want het leven gaat door. Zat zaterdag (shabbat) nog gewoon in een demonstratie van ultra-ortodoxe joden vanwege de opening van een parkeerplaats op shabbat (zie foto). Dat was echt super om eens mee te maken....bizar en mooi land. Land van tegenstellingen.

woensdag 12 augustus 2009

C'est fini!

2 comments
Eindelijk klaar: mijn thesis. getiteld: De kerk als één geheel: Een herwaardering van katholiciteit. Hier alvast een samenvatting uit mijn thesis (p. 95):

"In this thesis I try to define catholicity and find suitable criteria to discern the ‘catholic church’ today. For this purpose I examine the definition and criteria used by three important theologians: Hendrikus Berkhof, Avery Dulles and Miroslav Volf. They all build their definition of catholicity on a presumed connection with the Pauline use of plēroma in the letters to the Ephesians and Colossians. I disagree. Catholicity should be considered as a historical attribute to the church and therefore be examined within its own context. Therefore I build my definition and connected criteria on the letters of Ignatius of Antioch, the first to speak of katholikē ekklēsia."

Ik lever hem morgen in bij de VU, maar kan vandaag melden dat aan het zwoegen een einde is gekomen. Ik hoop, na beoordeling, de tekst online te krijgen. Voor nu: vakantie. We, Grace en ik, vertrekken zondag voor 2 weken naarhet land van melk en honing. We zullen op drie plaatsen verblijven en genieten van de cultuur en historie van dit land. Heerlijk. In september beginnen we weer met werk/studie.